Anders
03 december 2011
Bloggen is zooooooo 2009. En die domme scrollpijltjes ook. We gaan het daarom binnenkort helemaal anders doen. Tot die tijd is deze site under construction, zoals dat heet. Uw sympathieke volksschrijver werkt intussen hard door. Aan alles. Ook aan zijn nieuwe roman. Wees gerust. Wees altijd gerust.
0 reacties
Prrrrrrrrt
10 augustus 2011
In de najaarsaanbieding van uitgeverij Carrera las ik dit: ‘Ajax master moves. De mooiste voetbaltrucs van Marco van Basten, Edgar Davids, Dennis Bergkamp, Urby Emanuelson en vele anderen. Voor het eerst flipboekjes groot gebracht.’
Nog even afgezien van de eigenaardige verzameling namen (wat doet Urby tussen Marco, Dennis en Edgar??) dacht ik: flipboekjes? Nooit van gehoord. Wat zouden dat zijn? Ik bekeek de foto van het boekje, waarop Urby Emanuelson een sliding uitvoert. Bij de overige informatie stond ‘Uitvoering: flipboek, 64 pagina’s.’
Plotseling ging er een gelukzalige herinnering door me heen. Het is februari 2007, ik ben in een winkelcentrum in Buenos Aires en sta op het punt enkele dvd’s over Diego Maradona aan te schaffen. Dan valt mijn oog op een klein fotoboekje met Diego op het omslag. ‘El gol del siglo’ staat erop. Als ik het oppak en met mijn duim de foto’s op de pagina’s snel achter elkaar voorbij laat schieten, zie ik Diego de 2-0 tegen Engeland maken op het WK 1986. Hoe eenvoudig kan schoonheid zijn. Het mooiste doelpunt aller tijden in 64 foto’s binnen handbereik! Vriend R. had het boekje al eens eerder meegenomen als cadeautje voor vriend L., die verheugd reageerde: ‘Jezus, wat gaaf! Hoe heet zo’n boekje eigenlijk?’ L. liet Diego nog enkele malen onder zijn duim dribbelen. Prrrrrrrrt, spinde het boekje tevreden. Prrrrrrrrt. ‘Weet ik veel,’ antwoordde R. ‘Hij zegt prrrrrrrrt. Zo’n boekje heet dus een Prrrrrrrrt.’ Aldus besloten we.
Carrera schrijft op zijn website: ‘Een flipboek (ook wel filmboek of duimbioscoop genoemd) is een boekje met een per pagina geleidelijk opeenvolgende reeks van illustraties. Als de pagina’s in snel tempo worden omgeslagen, lijken de afbeeldingen een vloeiende beweging te vormen.’ Tssssss. Filmboek. Duimbioscoop. Bah. Noem het gewoon een Prrrrrrrrt, dan weet iedereen wat je bedoelt. Zelfs op wikipedia is de pagina over flipboekjes nog niet eens compleet, halverwege hadden ze blijkbaar geen zin meer de boel verder te vertalen. Terecht. Flipboekje is niks, de Prrrrrrrrt is alles.
0 reacties
Sketch
05 augustus 2011
Op weg naar een koffiedate met vriendin A. parkeerde ik vanmiddag mijn fiets om de hoek van de Albert Cuypstraat tegenover café De Duvel. Daar hadden we weliswaar niet afgesproken, maar ik kon nergens anders mijn fiets kwijt. Een wat oudere mevrouw had mij vlak daarvoor aangesproken: of ik wilde meedoen met een onderzoek naar mobiele telefonie. Ik zou een tegoedbon van tien euro krijgen als beloning voor mijn medewerking. ‘Bent u bekend met het fenomeen mobiele telefonie? En hebt u zelf een mobiele telefoon?’ vroeg ze. Ik bedankte vriendelijk en wandelde met fiets aan de hand naar een boompje waartegen ik mijn fiets kon parkeren. Tegen de boom zat een zwerver op een bankje, die aan twee juist op dat moment passerende oudere dames van het Leger des Heils vroeg om een kleinigheid. Ik zette mijn fiets op slot toen ik een van de twee Heilsoldaten hoorde piepen: ‘Zo, slapjanus. Zit je weer te niksen? Zou je niet eens gaan werken voor je centen? Ga eens wat doen. Hier, heb je geld, doe nou maar eens een dansje!’ Wat apart, dacht ik en haalde mijn schouders op. Maar ze zullen elkaar wel kennen. Ik zocht A., die net op dat moment kwam aanlopen. We namen plaats op het terras en bestelden een kop koffie. Plotseling kwam een jongen haastig op ons af en zei: ‘Zagen jullie net wat er gebeurde met die twee dames en die zwerver?’ Ik knikte en dacht: o mijn god, er zal die twee besjes toch niets overkomen zijn? Heb ik gemist dat die zwerver ze met een roestige schroevendraaier kapot heeft geprikt, en ben ik niet eens dapper tussenbeide gesprongen, juist toen ze mij het hardst nodig hadden? ‘Dat was een sketch voor een humoristisch tv-programma,’ vervolgde de jongen met een wat ongemakkelijke glimlach. ‘Maar hij lukt niet zo goed. We gaan hem nog een paar keer herhalen, dus kijk niet vreemd op als je steeds hetzelfde ziet gebeuren.’ Toen pas zagen we tegen een gevel een groepje mensen staan met een verborgen camera in een sporttas. Twee figuranten namen ook hun plaats weer in, wachtend tot ze door het beeld mochten lopen, trotse stappen op weg naar eeuwige roem. Ten minste vijftien keer speelde hetzelfde idiote tafereel zich af, vooral tot A.’s grote verbijstering. Ik weet niet of ik verbaasd, geestig of verbouwereerd genoeg reageerde om op een dag te worden uitgezonden, maar u bent gewaarschuwd: de humor ligt op straat, precies tegenover De Duvel namelijk.
0 reacties
Augustus
31 juli 2011
Iets anders: vandaag was het dan weliswaar best prettig weer, maar voor het overige staat de maand juli 2011 zoals u wellicht weet te boek als een van de natste julimaanden ooit. Afgelopen week nog kwam de regen weer eens met bakken uit de hemel, ik weet niet meer precies wanneer. Wel weet ik nog dat ik de afwas deed, koffie zette en door het keukenraam naar buiten keek, naar de kastanjeboom in de tuin van de buren, waar de regen keihard op de nu al bruin geworden bladeren denderde. Dikke strepen regen, grauwe wolken, spetters die hoog opkwamen van het dak van de buren rechts, en een eenzame ekster in de kastanjeboom, schuilend voor de regen. Je zag hem balen, die ekster. Alsof hij zijn vlucht had gemist, zo keek hij. Al zijn vriendjes waren al weg, misschien had hij hen nog nageroepen: ‘Wacht op mij, ik kom er zo aan, alleen nog even poepen!’ of iets dergelijks, maar het was te laat: iedereen was weg en de regen smeedde een nat traliewerk van zware spijlen om hem heen. Er zat niets anders op dan dik, lelijk en zwart te wezen. Het beest zag er eenzaam en treurig uit, een gruwelijke combinatie, ook voor een ekster. Het deed me niks en ik ging koffie drinken. Augustus gaat stralend worden, we beginnen morgen. Dat is een belofte.
0 reacties
Tietelientje
28 juni 2011
Gisteravond presenteerde ik voor de derde keer een pubquiz, samen met twee collega-pubquizmasters. Het was de afsluitende quiz van dit seizoen. Voor deze speciale gelegenheid namen alledrie de quizmasters ieder een themaronde voor hun rekening; de mijne was ‘Beroemde Parken’. Het was bloedheet. De barbecue grilde worstjes en moten zalm, flessen Calvé currysaus maakten overuren. Uiteindelijk deden negentien teams mee. Negentien teams maal gemiddeld vijf spelers per team maakt vijfennegentig mensen. Behalve warm was het dus ook druk. Het ophalen van de antwoordkaarten (‘Nog heel even wachten, nog héél even, alleen vraag zeven nog, je krijgt hem zo!’), idiote teamnamen ontcijferen (‘Wat staat hier nou in godsnaam?’), controleren van de antwoorden (‘Rekenen we alleen een achternaam ook goed?’), scores noteren (‘Per acteur een half punt, toch?’), scores per ronde bij elkaar optellen (acht rondes in totaal, tien vragen per ronde), tussenstanden uitrekenen (plus pauzes om de antwoorden te geven) en voorbereiden op de volgende ronde (‘Staat de cd-speler klaar voor de muziekronde?’) – alles bij elkaar neemt het enige tijd in beslag. Dat geeft helemaal niet, dat is onderdeel van ons vak, maar daar had gisteren niet iedereen een boodschap aan. Tijdens het uitrekenen van de eindstand liep een meneer met vet haar op onze pubquizmastertafel af. Hij zei: ‘Kunnen jullie een beetje opschieten? We willen graag naar huis.’ Na afloop zeiden twee vrolijke zusjes tegen mij: ‘Jij hebt de stem van Ernie.’ Een zusje pakte een pen en een viltje en zei: ‘Bert en Ernie zijn de Michael Jackson van de poppenwereld.’ Vervolgens maakte ze op het viltje een tekening van Sexy Badman en Tietelientje. Ik kan niet wachten tot het nieuwe pubquizseizoen weer begint.
1 reacties
Vampier
25 juni 2011
Gisteravond zag ik in De Kleine Komedie het toneelstuk ‘De Hollanders’, een afstudeervoorstelling van de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie die Arnon Grunberg speciaal op verzoek van de aanstaande afgestudeerden schreef. Enkele jaren geleden ging ik met vriendin S. weleens naar kleine voorstellingen van (eind)examenklassen van de Amsterdamse Toneelschool om jong talent te bekijken. Drie van de acteurs die ik destijds zag, speelden gisteren ook mee. Op zijn website meldt Grunberg dat tijdens de première een van de acteurs zijn tekst vergat, maar daarvan was gisteren gelukkig geen sprake. Ze speelden allen foutloos en goed. De jonge Eva van Manen beviel me in het bijzonder, vooral vanwege een prettige en royaal aanwezige hoeveelheid van wat broer S. wel ‘the blaze of madness’ noemt. Grunberg schrijft over zijn ontmoeting met de aanstaande afgestudeerden in zijn appartement in Dublin: “In januari van dit jaar ontving ik gedurende twee dagen alle acteurs, afzonderlijk van elkaar, in mijn appartement. We spraken over ambities, school, ouders, vriendjes, vriendinnetjes, drank en de Ikea. In mijn aantekeningen vind ik zinnen als ‘Ik doe yoghurt in een tupperwarebakje.’ Maar ook: ‘Dit verdient God niet.’ En: ‘Ga maar, toe maar, maar doe het veilig.’ Vrijwel niets van deze aantekeningen is in het toneelstuk dat ik uiteindelijk zou schrijven terechtgekomen, en toch waren het mooie dagen in Dublin. Ik was een vriendelijke vampier, het bloed van de jeugd smaakte mij uitstekend en de jeugd zelf doneerde haar bloed met graagte.” Daar is geen woord van gelogen: Grunberg is een vampier, zo werd gisteren duidelijk tijdens de voorstelling die me buitengewoon goed beviel. Met geestige, bloeddorstige dialogen en pijnlijk confronterende scènes werden we getrakteerd op een huiveringwekkend staaltje onmacht, onbegrip en droef stemmende Nederlandse radeloosheid anno 2011, van zowel de Hollandse strijdtroepen in Afghanistan als de familieleden die thuis achterblijven tijdens een missie. Vanavond is de laatste voorstelling, wie nog kan raad ik aan erheen te gaan. In gedachten zie ik Mark Rutte, koningin Beatrix, Geert Wilders én Johan Cruijff vanavond gezamenlijk naar de voorstelling gaan en na afloop in een café een glas bier drinken. Ach, wat zou ik graag horen wat ze dan tegen elkaar zeggen. Ook zou ik willen dat De Hollanders snel in boekvorm wordt uitgegeven, want ik wil de tekst met plezier nog eens lezen. De Toneelschooljeugd heeft weliswaar uitstekend haar best gedaan gisteren, maar enkele verloren gegane nuances van Grunbergs bloederige dialogen verdienen het om uitgebreid nader te bestuderen, alleen met een glas wijn. In een strandstoel bijvoorbeeld.
0 reacties
Spelletje
24 juni 2011
Vriend L. zit met vrouw M. op de hoek van het terras hun nieuwste aanwinst J. (zes weken) te showen en de fles te geven als ik aan kom fietsen. De regen van vannacht heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een zacht zonnetje, de haringstal aan de overkant fluistert dat we straks maar even een Nieuwe moeten komen eten want dat hebben ze in Dubai niet, en in de gracht vaart een boot waarop ons luid wordt medegedeeld dat we vanwege het einde van de EHEC-bacterie metsenalle maar weer zo veel mogelijk Hollandse tomaten en komkommers moeten kopen. ‘Kom op voor Nederlandse groenten!’ heet dat vandaag; vroeger heette dat ‘Koopt allen Hollandsche waar’. Op het Amstelveld om de hoek is een marktje aan de gang waarop behalve speldjes en bestek ook veel boerenbontservies en delftsblauwe huisjes van de KLM businessklas staan uitgestald. M. koopt liever een sprookjesvoorleesboek, terwijl een trotse L. vooral oog heeft voor de kleine J. in zijn fonkelnieuwe Bugaboo. Terecht. ‘Het is een heerlijk joch,’ zou Ome zeggen. Vlak voordat we de markt verlaten valt mijn oog op een zwarte rechthoekige doos waarop ‘Carrière’ staat. Ik herken het meteen: een bordspel dat ik vroeger speelde en dat ik sindsdien nooit meer heb gezien. Ik speel graag spelletjes van vroeger. Enkele jaren geleden vond ik tot mijn grote vreugde op het Waterlooplein een compleet en onbeschadigd Stap Op (u weet wel, ‘het nieuwe fietsspel’ uit de jaren dertig) dat me op een of andere manier altijd aan Wim de Bie en Meneer Foppe doet denken. Lekke band, jeugdherberg, wind mee, gesloten overweg, rijwielhersteller... o gelukzalige herinneringen aan regenachtige Frankrijkvakanties. Meteen gekocht, maar helaas nooit meer gespeeld, want behalve vriendin A. weet geen mens meer hoe het moet. Toch nooit spijt van gehad. Er komt wel weer een dag, dan gaan de bomen open. Carrière speelde ik volgens mij met mijn broers, en waarschijnlijk ook met vriend T., maar zeker weten doe ik het niet. Hoe ging het ook alweer? Ik wil het laten liggen en maak aanstalten om door te lopen (met wie speel je nog een bordspel tegenwoordig) maar denkend aan Stap Op draai ik me toch om en vraag nonchalant ‘hoeveel?’. ‘Vijf euro,’ is het antwoord. Meteen gekocht. Thuis blijkt alles compleet: ervaringskaarten, kanskaarten, de oranje honderdduizendguldenbriefjes, geldpunten, beroemdheidspunten en gelukspunten, zelfs de zes pionnen zijn authentiek! Nu maar wachten op fikse regen. Maar dit weekend gaat de zon weer schijnen, zeggen ze. Zul je ook altijd zien.
0 reacties
|